5

Professionele zorg

Criteria vanuit cliënten- en familieperspectief voor emotionele ondersteuning, cliëntgerichte omgeving en richtlijnen & procedures

Emotionele ondersteuning

oranje_streepje

Algemeen
  • De zorgverlener peilt de behoefte aan psychosociale hulp, biedt zo nodig ondersteuning of verwijst door
  • De zorgverlener neemt voldoende tijd, luistert aandachtig, neemt de cliënt serieus, geeft begrijpelijke uitleg en wekt vertrouwen
  • Gelijkwaardigheid: In de hulpverlening is er sprake van betrokkenheid, vertrouwen en gelijkwaardigheid
Cliënt
  • Cliënt centraal:
    • De cliënten worden respectvol behandeld en bejegend
    • Respect voor de cliënt als persoon, cliënt als mondig individu, vriendelijk en correcte houding, gelijkwaardigheid
    • De hulpverlener houdt rekening dat cliënt niet alleen cliënt is, maar ook ouder, partner, broer of zus, vriend of vriendin.
    • De hulpverlener stelt zich open en eerlijk op naar de cliënt, opdat de cliënt zich veilig kan voelen in relatie tot de hulpverlener
    • De hulpverlener veroordeelt de cliënt niet
  • Zorgtriade: In de zorgtriade wordt er voldoende tijd, ruimte en aandacht gegeven voor de individuele cliënt
  • Respect: De cliënt wordt als mondig en serieus te nemen persoon gezien
Familie
  • Belastbaarheid:
    • De hulpverlener heeft oog voor de belastbaarheid van de naastbetrokkenen;
    • De familie krijgt voldoende aangereikt vanuit de hulpverlening om enerzijds de zorg te kunnen uitvoeren en anderzijds zelf overeind te blijven.

Cliëntgerichte omgeving

oranje_streepje

Algemeen
  • De inrichting van de ruimtes en de faciliteiten van zorglocaties sluiten aan bij de behoeften en mogelijkheden van de cliënt
  • Netwerkzorg: De hulpverlener heeft aandacht voor behoeften van de cliënt op het vlak van wonen, werken en vrijetijdsbesteding. Indien nodig is er contact met werkgevers, re-integratiebureaus en woningcorporaties.
Familie
  • Maatschappelijke participatie: Indien nodig en wenselijk laat de familie een rol spelen in andere aspecten van het leven van de cliënt (o.a. werk, sport en hobby’s).

Richtlijnen en procedures

oranje_streepje

Algemeen
  • De zorgverlener verleent zorg volgens de laatste richtlijnen, (zorg)standaarden, protocollen, procedures en (regionale) samenwerkingsafspraken. Wanneer hij hiervan afwijkt, bespreekt hij dit vooraf met een collega en andere betrokken zorgverleners, motiveert hij het afwijken aan de cliënt en legt hij dit vast in het medisch dossier
  • De zorgverlener legt alle afspraken met de cliënt vast
  • Afspraken:
    • De zorgverlener maakt samen met de cliënt afspraken over de rol die de cliënt heeft binnen de behandeling of begeleiding
    • De zorgverlener bespreekt met de cliënt (en, in overleg met de cliënt, zijn naastbetrokkenen): de aandoening; alle behandel- en begeleidingsmogelijkheden, binnen en buiten eigen instelling; per behandel- en begeleidingsmogelijkheid: effectiviteit/verwacht resultaat op korte en lange termijn; mogelijke complicaties en bijwerkingen, en voor- en nadelen van de behandeling, consequenties van het niet volgen hiervan;
    • zorgproces (welke zorgverlener doet wat en wanneer?);
    • rol en verantwoordelijkheid van de cliënt;
    • gezonde leefstijl;
    • meerwaarde van cliëntenorganisaties en uitwisseling van ervaringen met medecliënten;
    • het effect van de aandoening op het leven van de cliënt (leren omgaan met de aandoening);
    • waar men terecht kan met meldingen van incidenten, klachten en/of claims en de verschillende mogelijke klachtwegen
  • Zorg in triade: De afspraken die in de triade worden gemaakt worden schriftelijk vastgelegd en afgestemd op de cliënt en naastbetrokkenen (taalgebruik, intelligentie, cultuur en tempo)
  • Duidelijkheid: De instelling verstrekt duidelijke informatie over wat de instelling biedt op de terreinen van het overnemen van (zelf)zorg, zorg voor de lichamelijke gezondheid, afspraken, huishoudelijk schoon zijn van vertrekken en kleding, crisisbeleid/respijtzorg en woonsituatie
  • Transparant: De zorgaanbieder is transparant in de zorg die ze kan bieden en wat familieleden kunnen doen. In de triade worden daar heldere afspraken over gemaakt, deze worden schriftelijk vastgelegd en zo nodig wordt er instrumentarium ingezet om de zelfredzaamheid van de cliënt te meten
  • Netwerkzorg: Bij het voorschrijven van medicatie wordt er rekening gehouden met de voorgeschiedenis van de cliënt en afwijkingen van standaarden. Een volledig en actueel medicatieoverzicht is aanwezig
  • De prestatie-indicatoren 2014 zijn van toepassing: Dit betekent dat zorgaanbieders de cliëntervaringen meten om de kwaliteit van zorg te verbeteren, (op systematische wijze) de verandering van ernst van de problematiek, verandering in het dagelijks functioneren, veranderingen in de ervaren kwaliteit van leven, te monitoren en zetten hiervoor instrumentarium in, zoals de CQ-index, verkorte CQI Kortdurende ambulante GGZ, Thermometer cliëntwaardering, Routine Outcome Monitoring, Minimale Dataset. Het instrumentarium dient aan te sluiten bij de individuele cliënt. Dat betekent dat een cliënt met meerdere DBC’s binnen een instelling niet meerdere malen hetzelfde instrument invult.
Cliënt
  • Cliënt centraal: De cliënt moet schriftelijk toestemming geven voordat er informatie wordt opgevraagd bij verwijzers of anderen
  • Autonomie: Als de regie overgenomen wordt, wordt aan de cliënt een tijdspad aangegeven wanneer deze weer terug te geven is
  • Klachten: Er is zorg voor cliëntenondersteuning wanneer een cliënt niet tevreden is over de zorg
  • Cliënt centraal: De cliënt wordt op de hoogte gesteld van zijn/haar (voorlopige) diagnose, de diverse mogelijkheden van (dag)behandeling, de zeggenschap over de behandeling en de behandelaar, klachtenregelingen cliëntenvertrouwenspersoon, herstelwerkgroepen, cliënten organisaties, zelfhulpgroepen, lotgenotencontact, de mogelijkheid tot juridische ondersteuning, medicatie, experimentele therapieën en waar men terecht kan voor extra informatie
  • Aannamebeleid: Bij het aannamebeleid van de instelling bij functies die van wezenlijk belang zijn voor cliënten, neemt een vertegenwoordiger namens de cliënten deel aan de sollicitatiecommissie
  • Cliënt centraal: De hulpverlener heeft aandacht voor de lichamelijke gezondheid van de cliënt en besteedt dit zo nodig uit. De afspraken worden vastgelegd in het dossier van de cliënt
  • Kwaliteitstoetsing: Kwaliteitstoetsing vanuit cliëntenperspectief, het aanbod aansluiten op vraag, is een cyclisch proces. Het is een onderdeel van het kwaliteitsbewakend systeem vanuit de instelling
  • Kwaliteitsbeleid: Zorginstellingen zetten een kwaliteitsbeleid op waar toetsing van geboden kwaliteit, wensen en behoeften van de cliënt en verbeteren van de kwaliteit van zorg vanuit cliëntenperspectief een integraal deel van uitmaakt
  • Cliëntenraad:
    • Er zijn mogelijkheden gecreëerd tot medezeggenschap van de cliënt. De taken en bevoegdheden van de cliëntenraad zijn vastgelegd;
    • Cliëntenraden hebben de financiële mogelijkheid om zelf de kwaliteit te toetsen.
  • Afspraken: De hulpverlener registreert gegevens rondom contacten met familie in een verplicht registratieveld in het cliëntregistratiesysteem.
Familie
  • Zorg in triade:
    • De naastbetrokkenen worden tijdig over het ondersteuningsaanbod geïnformeerd
    • De begrenzing van de zorgmogelijkheden van de instelling wordt op een collectief niveau vastgesteld op een voor naastbetrokkenen toegankelijke manier. Deze wordt ook met de naastbetrokkenen besproken.
  • Familiebeleid: De GGZ-instelling geeft schriftelijk, digitaal en mondeling informatie aan naastbetrokkenen over het familiebeleid, eventuele richtlijnen/protocollen, het bestaande ondersteuningsaanbod, zoals het bestaan van lotgenotencontact, familieorganisaties en familieraden of ouderraden
  • Familieraad: De familieraad heeft een plek op de website van de zorgaanbieder
  • Familievertrouwenspersoon: De GGZ-instelling heeft een duidelijk aanspreekpunt (algemeen informatiepunt, familievertrouwenspersoon of contactpersoon) waar naastbetrokkenen terecht kunnen met individuele vragen en problemen
  • Klachten:
    • De GGZ-instelling zorgt voor een goede bekendheid van de klachtenregeling. Er is duidelijkheid over welke klachten ingediend kunnen worden1. De klachtenregeling van de zorgaanbieder staat open voor klachten van familie van cliënten over bejegening of over ongewenste gang van zaken
    • Bij indiening van een klacht krijgt de familie hierover een ontvangstbericht waarin staat beschreven wat er gebeurt als je officieel een klacht indient als familie
  • Afspraken: De familie wordt betrokken bij cruciale beslissingen over de behandeling, verwachtingen van de instellingen, crisisbeleid en de woonsituatie
  • Kwaliteit: De relatie tussen instellingen en naastbetrokkenen is een expliciet onderdeel van het kwaliteitsbeleid
  • Verwachtingen: De verwachtingen over de rol van naastbetrokkenen moeten expliciet gemaakt worden
  • Kwaliteitscyclus: Familiebeleid is een onderdeel van de kwaliteitscyclus
  • Familieraad:
    • De zorgaanbieder heeft een inspraakorgaan voor familie, zoals een familie- of naastbetrokkenenraad. De zorgaanbieder implementeert samen met dit inspraakorgaan beleid m.b.t. het omgaan met wachtlijsten, het vaststellen van de ernst van beperkingen die de cliënt heeft, welke eisen te stellen aan het huishoudelijk schoon zijn van vertrekken, crisisopvang/respijtzorg, bereikbaarheid en informatiebeleid
    • De familieraad is als vertegenwoordiger van de familie betrokken bij de totstandkoming van het beleidsplan van de zorgaanbieder
    • De familieraad heeft een samenwerkingsovereenkomst met de Raad van Bestuur van de zorgaanbieder. Daarin staat wat de taken van de familieraad zijn, dat de familieraad recht heeft op overleg met de Raad van Bestuur. De familieraad kan gevraagd en ongevraagd advies geven aan de Raad van Bestuur. De familieraad ontvangt van de Raad van Bestuur tijdig alle informatie die zij voor een goed functioneren nodig heeft. De familieraad vraagt tijdig advies over alle belangrijke voorgenomen besluiten, die directe of indirecte consequenties kunnen hebben voor de kwaliteit van zorg voor GGZ-cliënten en de manier waarop medewerkers binnen de zorgaanbieder omgaan met familie van GGZ-cliënten
    • De familieraad beschikt over voldoende ambtelijke, secretariële en professionele ondersteuning en de bestuursleden beschikken over de benodigde vaardigheden
    • De familieraad beschikt over een eigen budget en bestuursleden.
  • Familiebeleid: De GGZ-instelling beschikt over expliciet beleid ten aanzien van de bejegening van naastbetrokkenen. Uitgangspunt is een respectvolle en serieuze behandeling. Dit beleid is terug te vinden in werk- en behandelinspanningen.

Pin It on Pinterest