10

do’s & don’ts |

Ècht samenwerken

oranje_streepje

Voor het opzetten en uitvoeren van een vraaggestuurd project is ècht samenwerken randvoorwaarde. Als cliënt, naaste en zorgprofessional aan tafel hun zienswijzes delen, zal dat het project steeds terugleiden naar de kern: de verbetering van dagelijkse zorg. Soms is daarbij ondersteuning van de cliënt nodig.

 

Perspectief

oranje_streepje

Vraagsturing gaat niet alleen om verandering van het proces van zorg voor een cliënt of voor een groep cliënten. Het gaat ook om verandering van perspectief van de zorg.

De ervaringen wijzen uit dat alle partijen met andere ogen gaan kijken door mee te doen aan een vraaggestuurd project. Inzichten van cliënten gaan meer leven en hebben meer invloed op het proces. Dat geldt even zeer voor inzichten van naasten die meewerken aan veranderingen in zorg.

Projectdeelnemers

oranje_streepje

“Voor zorgprofessionals maakt het opbouwen van een goede verstandhouding met cliënten en naasten het werken gemakkelijker. Er is een meer strategische aanpak mogelijk”.

“Betrek de familie in de samenwerking. Die kent de cliënt in zijn dagelijks leven. Deze kennis is belangrijk voor een goede behandeling. Bovendien kan de familie bij een goede samenwerking een grote rol spelen in de hulpverlening.”

Verandering

oranje_streepje

Het is voor de cliënt prettig om een steentje bij te dragen aan veranderingen in de zorg. Het activeert en maakt hem een completer mens. Door de nieuwe rol, bijvoorbeeld die van projectmedewerker, draagt hij bij aan de cultuurverandering die nodig is in een vraaggestuurde omgeving. Aan een cultuur waarin het gewoon is dat de cliënt meebeslist. Bij een project, maar ook bij beleidskeuzes. De start van een klein project kan daarmee de start zijn van een grote verandering.

Do’s en Don’ts

oranje_streepje

De ervaringen leren dat er een aantal praktische randvoorwaarden is voor een vraaggestuurd project. Deze ‘do’s en don’ts’ zetten cliënten- en familieorganisaties en zorgprofessionals op het spoor richting een succesvolle uitvoering.

Do’s

Don’ts

1

Maak gebruik van de lessons learned. Begin niet opnieuw, maar put uit de ervaringen van anderen met een soortgelijk project. En vier je successen: besteed er aandacht aan.

2

Gebruik zo mogelijk meerdere werkvormen die bijdragen aan vraagsturing en check of mensen met hun opdracht uit de voeten kunnen, stuur zo nodig bij en geef een steuntje in de rug.

3

Zorg voor een informele constructieve sfeer. Plan de vergaderingen niet te krap. Openheid doet heel veel. Laat zelf zien hoe je er over denkt. Wees eerlijk, dan zijn andere partijen ook vaak open en eerlijk. Ga er van uit dat alle informatie waardevol is, ook al past het niet direct in je project. Complimenten maken en positief erin staan is ook belangrijk.

4

Hou tempo en zorg voor continuïteit. Bereid de vergaderingen voor en hou je aan de afspraken. Zorg dat je er bent. Hou ook buiten de vergaderingen om contact met je samenwerkingspartners. Heb belangstelling voor de totale mens waarmee je werkt. Investeer in je samenwerking. Het succes zit ‘m soms in kleine dingen, zoals een attentie of zorgen dat er wat te knabbelen is.

5

Een plan van aanpak is onontbeerlijk. In de basis daarvan zit gelijkwaardigheid in inbreng en een rolverdeling waarbij gebruik wordt gemaakt van ieders expertise. Verdeel de werkzaamheden passend bij taken, rollen en competenties, bij voorkeur ongeacht of het projectlid zorgverlener, cliënt of familielid is. Verdeel de reistijd evenwichtig.

6

Vraaggestuurd werken is geen gelegenheidskwestie voor de bühne. Het is een werkhouding.

7

Grijp als het moeilijk wordt niet naar de hiërarchische structuren. Los het samen op.

8

Zeg geen afspraken af. Daarmee laat je zien dat het wel even op z’n beloop kan worden gelaten of het project minder prioriteit had. En vergader niet alleen op momenten dat het jou past.

9

Beantwoord geen mails of telefoontjes tijdens de vergaderingen.

10

Zeg geen ‘Nee, er is geen geld’. We zijn het vijfde rijkste land van de wereld; het geld is een kwestie van verdelen

“Cliënten vinden het fijn dat er een beroep op hun niet-cliënt zijn wordt gedaan” (Minco Ruiter – coördinator Dwangzorg Inforsa)

“Het geeft cliënten een gevoel van eigenwaarde, en dat werkt door. Dat geldt misschien niet voor alle cliënten, maar wel voor het merendeel.” (Rita van Maurik – coördinator kamer Familieraden LPGGz)

Pin It on Pinterest